De bouwcombinatie FLC, bestaande uit onder andere BAM en Vinci, overweegt een claim van maar liefst 2 miljard euro in te dienen vanwege aanzienlijke vertragingen en meerwerk bij de constructie van de Fehmarnbelt-tunnel. Dit nieuws heeft directe implicaties voor de betrokken bedrijven en hun aandeelhouders.
De Fehmarnbelt-tunnel, die Denemarken en Duitsland met elkaar moet verbinden, heeft te maken met aanzienlijke bouwproblemen. FLC had eerder een vertraging van 2,5 jaar voorspeld, maar heeft deze inschatting inmiddels verlaagd naar twintig maanden na overleg met de opdrachtgever, Femern. De kosten die voortkomen uit deze vertraging en meerwerk zijn nu geraamd op 1,95 miljard euro.
Voor beleggers is het belangrijk om te begrijpen dat dergelijke claims niet alleen financiële repercussies met zich meebrengen, maar ook de reputatie van de betrokken bouwbedrijven kunnen schaden. BAM, die donderdag 11,3 procent van zijn beurswaarde verloor, moet nu de gevolgen van deze situatie onder ogen zien. De daling van het aandeel kan een signaal zijn voor beleggers om voorzichtig te zijn met investeringen in deze sector, vooral gezien de onzekere uitkomst van de claim.
De bouwsector staat onder druk door stijgende kosten en vertragingen, wat de winstgevendheid van projecten kan beïnvloeden. De situatie rondom de Fehmarnbelt-tunnel is een voorbeeld van hoe externe factoren, zoals goedkeuringen en technische complicaties, invloed kunnen hebben op de financiële gezondheid van bedrijven. Beleggers zouden deze ontwikkelingen nauwlettend moeten volgen, vooral als het gaat om langlopende infrastructuurprojecten.
De communicatie van Boskalis en BAM, die stellen dat het werk is overgedragen en afgenomen door de opdrachtgever, kan een poging zijn om verdere schade aan hun imago te beperken. Het is echter onduidelijk of deze verklaring voldoende zal zijn om de zorgen van beleggers weg te nemen, vooral gezien de omvang van de mogelijke claim en de impact op toekomstige projecten.